column.
lijst columns
lijst
lijst
lijst columns
C-lijst_frm.
Column: Toekomst en Publieke Sector (06-11-0-06).
Sinds enige tijd heb ik een digitale connectie met Planeet GroenLinks en daar vond ik de volgende bijdrage van Eugene Frissen:
‘Uit een recent onderzoek (NRC-4/11) komt onder meer naar voren, dat kiezers hun stemkeuze liever laten afhangen van de toekomstvisie die politieke partijen propageren, dan van allerlei concrete keuzes en oplossingen.
GroenLinks-Limburg zal zich binnenkort buigen over het nieuwe Limburgse verkiezingsprogramma. Bij het nalezen van het oude programma valt op, dat het 73 pagina's lang vele praktische punten bij de kop pakt, daar opvattingen over ventileert en oplossingen voorstelt. Naar mijn mening schiet dat zijn doel en mogelijkheden vaak voorbij. Ik denk, dat weinige mensen dat allemaal hebben gelezen. Waarom niet gekozen voor 3 à 5 A-viertjes met onze - maatschappelijke - toekomstvisie ? Dat past meer bij de tijdgeest’.

Een pleidooi, dat ik van harte ondersteun, al heb ik zelf in de NRC (neem aan dat het om de ‘21 minuten-enquête’ ging) niet terug kunnen vinden dat de Nederlanders naar toekomstvisies snakten, maar wel dat inhoud belangrijker gevonden wordt dan de presentatie. Dat mensen toch liever naar tv-programma’s kijken waarin meer de persoon dan de denkbeelden over het voetlicht komen is daarmee niet in tegenspraak. Dat is zo’n beetje de lust van het toetje naast het belang van de maaltijd. Maar een beetje slimme kiezer weet dat een goede presentatie weinig zegt over de kwaliteit en hoedanigheid van latere politieke koers en bestuur. In de USA zijn die kiezers kennelijk toch wat dun gezaaid, want daar laten mensen zich graag wat voorspiegelen door een homoseksuele tv-dominee, die zich als homo-bestrijder opwerpt, maar in Europa, in elk geval in ons land, misschien met LPF-kiezers uitgezonderd, weten mensen wel; dat Omo niet witter wast, omdat een vriendelijk persoon dat in een reclamespot beweert. Anders dan D’66 denkt zal de politiek dan ook  niet dichter bij de burgers komen als programma’s meer op de achtergrond komen en politieke kandidaten meer op de voorgrond treden.

Een toekomst visie is niet alleen iets waar ik aan hecht, maar ook voor gezonde politiek noodzakelijk acht.  Vroeger werd er meer gewerkt met die beginselprogramma’s en ik begrijp dat er ergens nog in een la ook zoiets van GroenLinks ligt te verschimmelen. Maar sinds in de jaren ‘90 van de vorige eeuw Kok zijn ideologische veren afschudde en iedereen (tot aan Fortuyn) redelijk tevreden leek en dus en niet meer in voor grootse visies leek, doen we ook binnen GroenLinks niet veel meer met toekomstvisie’s. Een terugkeer naar dit gebruik, maar dan in moderner jasje(geen blauwdrukken of utopia’s) zou ik graag willen aanbevelen. Om uit te maken wie je politieke geestverwanten zijn, zegt een toekomstvisie op de maatschappij veel meer dan een programma van punten voor de komende vier jaar. Bovendien geeft zo’n visie ook een idee hoe partijen reageren op voorstellen van andere partijen of op allerlei ontwikkelingen en situaties, die bij het schrijven van het verkiezingsprogramma nog niet voorzien konden worden. Zo’n langer meegaande visie geeft ook minder ruimte voor opportunistische koerszwenkingen, volgens mij de voedingsbodem voor  zwevende kiezers.

Maar er is nog een belangrijker reden om voor toepassing voor toekomstvisies te pleiten, zeker voor een partij als GroenLinks Als het gaat om politieke idealen, dan weet je dat je daarmee  in een periode van vier jaar hooguit kleine stappen vooruit kan doen en helaas ook wat vaak stappen terug. Zo was dertig jaar geleden milieu en natuur nog iets van de geiten wollen sokken jongens en meisjes, terwijl nu -met alle nog te boeken praktische vooruitgang- er internationale verdragen op gesloten worden. Wat betreft emancipatie van vrouwen en homo’s kan een zelfde soort opmerking gemaakt worden. Goede reden dus om niet alleen te focussen op wat er concreet voor de komende vier jaar op het menu hoort te staan, maar ook te werken met visies over het type samenleving dat we langere termijn nastreven.   

 In zo’n toekomstvisie zou ruime aandacht moeten zijn voor de positie en de functies van de publieke sector, die dank zij de laatste kabinetten flink is aangetast, om niet te zeggen bezoedeld door onterechte benaderingen van marktwerking, privatisering en verzelfstandiging. Laat ik voorop stellen dat er wel terecht gezocht is naar manieren om grotere kosten-bewustzijn, doelmatigheid en betere dienstverlening tot stand te brengen. En als je met marktwerking in het personeelsbeleid voor elkaar zou krijgen, dat er managers tegen een normaal (flink lager) salaris kunnen worden aangesteld, dat functionarissen van justitie die forensisch bewijs achterhouden of ambtenaren, die ministers informatie onthouden,  plaats moeten maken voor betrouwbaarder vakgenoten, dan mag dat voor mij uitgeprobeerd worden. Voorts kan best eens de vraag gesteld worden, waarom als je zoveel moois in marktwerking ziet, de daarmee strijdige hypotheekrente-aftrek zo’n heilige koe bij CDA en VVD geworden is.

Want laten we wel wezen. De publieke sector, waar het gaat om producten en diensten, heeft juist bestaansrecht voor mensen die NIET alles waar  ze behoeften aan hebben  gemakkelijk kunnen aanschaffen. Daarom had je tot voor kort een ziekenfonds, een op maatschappelijk nut gericht openbaar vervoer en wat langer geleden zorginstellingen, die voldoende aandacht aan de cliënt konden en wilden besteden, terwijl nu kostenbesparing en bedrijfsresultaten  de hoogste prioriteit krijgen. Ben je echter vermogend, dan heb je eigen vervoer en zoek je voor verzorging je heil in private instellingen, desnoods over de grens.

De publieke sector van producten en diensten vindt voorts bestaansrecht in voorzieningen, die zo grootschalig zijn in structuur en maatschappelijk belang, dat die beter niet aan marktpartijen kunnen worden gelaten. Toch moet (bijvoorbeeld) de NS zich wel zo gedragen, hoewel als ik vandaag op een station sta niet echt kan kiezen tussen een trein van de NS of van een concurrent. Gezien de soms wat twijfelachtige coördinatie tussen Pro-Rail en de NS is het trouwens maar goed ook dat op een traject geen treinen van verschillende bedrijven rijden.  In feite is de overheid hier de marktgevoelige klant en niet de reiziger en daarom mag je ook niet verwachten dat in het treinverkeer als bij de mobieltjes een neerwaartse druk op  tarieven zal staan. Maar wel is hier de invloed van de overheid, die door de burgers wel aangesproken kan worden, verminderd en ik zie  niet in waarom dat een vooruitgang zou kunnen zijn.

Kortom, we moeten maar eens goed stilstaan bij de erfenis die Balkenende 1 t/m 3½ en voorganger Paars ons heeft nagelaten aan liberaliseringen, verzelfstandigingen, privatiseringen en te pas en onpas koersen op de marktwerking.  Alles even snel terugdraaien lijkt echter ook niet verstandig.   Er valt heel wat te corrigeren na alle afbraak van Balkenende, maar wat er voor in de plaats komt kan beter goed doordacht en duurzaam zijn. Een mooi thema voor een bij de 21e eeuw passende toekomstvisie.