P-archief.Entree.
Perspectief
archief_frm.
P-archief.
entree.
8 mei 2008 
Liberale aberraties.
Er zijn mensen binnenGroenLinks die zich liberaal noemen en dan hoop ik maar dat ze bedoelen dat ze vrijheidslievend zijn, wars van betutteling en bevoogding. Want de betiteling ‘liberaal’ kan ook duiden op een beleefde verwantschap met het liberalisme en afstand  van de traditie waar GroenLinks in geboren werd.  Is dat het  geval, dan is het goed te bedenken dat men zich aangetrokken voelt tot een stroming, die niet meer vrijheid voor iedereen nastreeft, maar eerder ruime vrijheden van het ene soort ten koste van vrijheden van het andere soort.

Bevrijden = anders delen.
Vrijheid,  is niet iets  waarvan iedereen meer kan krijgen, maar het eigen aandeel in een verdeling van onder actuele omstandigheden bestaande keuze-mogelijkheden  Worden die mogelijkheden voor de één verruimd, dan slinkt die voor een ander of anderen. Zo betekende de invoering van democratie dat de vrijheid van de absolute heerser plaats maakte voor de gecontroleerde -dus beperkte- macht van een moderne regering. De emancipatie van de vrouw hield in dat mannen privileges moesten inleveren.  En zouden werknemers ooit het recht krijgen mee te beslissen over strategische besluiten van het bedrijf waarin ze werken (zoals bij de overname ABN-Amro), dan leveren bedrijfstop en aandeelhouders in op exclusieve keuze-mogelijkheden en rechten, die ze nu hebben.  

Afgezien van vrijheid in de zin van afwezigheid van dwang en noodzaak, eigenlijk alleen voor de eenzame kluizenaar weggelegd, is vrijheid eigenlijk hetzelfde als macht. En ja, die macht moet wat linkse mensen aangaat eerlijk worden verdeeld.  Eerlijk betekent overigens niet evenveel vrijheid-macht voor iedereen, maar afwezigheid van onredelijke verschillen. En wat is onredelijk? Daar wordt door verschillende mensen verschillend over gedacht, maar voor de meeste moderne westerse mensen is het redelijk dat ouders meer macht hebben dan hun kroost of  de overheid meer te zeggen heeft dan een private organisatie.  Terwijl  er anderzijds breed de overtuiging bestaat dat dat elk verschil, dat puur berust op gezondheid, etniciteit, sekse, seksuele voorkeur, de status, rijkdom of het type beroep dan door één of beide ouders werd uitgeoefend, onredelijk is.  Al kun je stellen dat onder liberalen er minder weerstand bestaat tegen vrijheden en macht die puur uit status, rijkdom of type beroep  volgen.

Liberalisme en vrijzinnigheid.
Het lijkt paradoxaal, maar liberalen zijn niet de meest vrijzinnigen onder ons. Als het bijvoorbeeld gaat om integratie, drugsbeleid of veiligheid versus privacy, dan kiest de hoofdstroom van de liberalen voor de minst vrijzinnige positie.  Toch staat dit niet op gespannen voet met het liberalisme.  Zoals al gesteld, kun je niet spreken over meer vrijheid voor iedereen, maar over een eerlijker verdeling van keuze mogelijkheden. Voor liberalen betekent dit ooit de bevrijding van de knellende banden van het feodalisme,  de privileges van absolute monarch, adel en geestelijkheid, factoren die vrije handel in de weg zaten en mensen de volle beloning voor slimheid en ambitie onthield. De  geestverwanten van de huidige liberalen kwamen op voor mensen die op eigen kracht rijkdom, roem of hoge posities bereikten of zouden bereiken, mits ze daarbij niet gehinderd werden door macht stammend van stand of geboorte.  Maar die geestverwanten van liberalen waren ook onderdeel van de derde stand, waartoe ook de eenvoudige ambachtsman, de boer, de knecht en wat later de fabrieksarbeider behoorde en ieder die tot de derde stand behoorde had te lijden onder de privileges van de hoge standen en vorstenhuis  en gebrek aan democratie. Aanvankelijk was er dan ook sprake van een gemeenschappelijke oppositie, waarbij er voor de heersende elite's geen onderscheid bestond tussen radicaal linkse krachten die rechten voor het gewone volk opeisten en liberale krachten, die vooral voor ondernemers (‘bourgoisie ’)opkwamen.

Na de overgang van de feodale samenleving naar de kapitalistische samenleving, waarbij een nieuwe elite ontstond op basis van bezit van productiemiddelen en kapitaal  gingen de wegen van linkse en liberaal gezinde mensen uiteen, maar niet in één klap. De eerste vorm van vakbeweging (1871, het Algemeen Nederlandsch Werklieden Verbond) had een liberaal karakter, was gekant tegen klassenstrijd en streefde samenwerking met de patroons na. Maar na die beginperiode kwamen liberalen steeds meer aan de kant te staan, waar ze steeds thuis hadden gehoord, namelijk aan de kant van diegenen die zich al ondernemend, aan de top van de samenleving hadden weten te vestigen.   

Op de strijd van de arbeiders tegen uitbuiting en onderdrukking volgde die van de emancipatie van de vrouw en van meer recente datum, de acties voor gelijke rechten voor homo’s en lesbiennes en tegenwoordig voor de gelijke behandeling van de allochtone medelanders.  Afgezien van de klassenstrijd  kun je niet stellen dat liberalen als tegenstanders moesten worden neergezet, maar wel dat ze bij deze strijd om herverdeling van vrijheid-macht vooral de belangen van hogere sociale lagen in het oog hielden, reden voor de afwezigheid van actieve steun. Zie bijvoorbeeld de weerstand tegen positieve actie. De verschillende sociale bewegingen kregen wel vrij snel de steun en betrokkenheid van linkse groeperingen.

Links koos steeds voor de kwetsbaren en de achtergestelden en in die zin was het ook logisch dat natuur en milieu als te beschermen categorieën ontdekt werden door mensen met linkse achtergrond.   Bij thema’s als natuur en milieu doet zich overigens een belangen-tegenstelling voor die te vergelijken is met die van kapitaal en arbeid. Namelijk tussen diegenen die de natuur willen sparen en het milieu snel van gif en klimaat-gassen willen ontdoen en diegenen die bronnen van de natuur willen benutten voor maximale (boven noodzakelijke) uitbreiding van bedrijvigheid, winst en de beloning van de maatschappelijk meest geslaagde burgers. Uiteraard met steun van liberale kant.

Want moderne liberalen komen, in overeenstemming met hun traditie,  nog steeds op voor de rechten van de meest maatschappelijk succesvolle burgers, de vrije handel en de volle beloning, die onder andere bestaat uit auto en wegen op op te rijden. Alleen de tegenspelers zijn veranderd: milieu-activisten die wegenaanleg blokkeren, een overheid die benzine-prijzen verhoogt of het minimumloon of uitkeringen op een hoog niveau plaats. Dat laatste kan immers slecht zijn voor het vrije economisch verkeer en wordt mede betaald uit het inkomen van de meest succesvolle burgers.  Evenmin als hun voorgangers komen de meeste liberalen -afgezien van liefdadigheid en andere acties ten gunste van het eigen imago- ook vandaag niet echt op voor de belangen van mensen onderaan de sociale ladder. In lijn daarmee staan zij dan doorgaans ook niet aan het begin van een emancipatie-proces, maar aan het slot, waar dit proces een nieuwe categorie succesvolle mensen heeft voortgebracht.  Waarom zouden GroenLinksers zich daarmee willen associëren?

Kapitaal en arbeid.
Maar toch lijkt zo’n GL-verbinding met het liberalisme te bestaan. De in GroenLinks bekende termen ‘outsiders’ en ‘insiders’, het debat rond het ontslagrecht en de kwestie van het handhaven van de sollicitatieplicht van bijstandsmoeders hebben één ding met elkaar gemeen. Namelijk dat oorsprong van problemen en oplossingen gezocht worden bij de categorie die onder de factor ‘Arbeid’ valt. Het Kapitaal (vandaag:  de management-elite van grote bedrijven plus de beheersers en bezitters van kapitaal) blijft als veroorzaker en verantwoordelijke  buiten schot.  Een selectieve focus, die past in de liberale traditie, die de succesvolle en/of  de zich op eigen kracht omhoog werkende burger als doelgroep kent, zonder oog te hebben voor de verschillen in startpositie tussen hen die succes-potentie hebben en hen die achterblijven.

Maar de benadering van de genoemde thema’s zijn ook nog in ander opzicht te beschouwen als liberale klonen.  Het probleem van ‘outsiders’ en bijstandsmoeders wordt
eenzijdig gezien als het gebrek aan een betaalde baan. Liberaal standpunt: dit kost maar belasting geld, dat opgebracht moet worden door ‘hardwerkende burgers’, met andere woorden door de maatschappelijk succesvolle burgers.  Maar de vooruitgang vanuit het zicht van de achterblijvende (traditioneel behorend bij links) bestaat uit het verkrijgen van een toekomstperspectief, mee kunnen doen en ontstaan van persoonlijke groei, waarin ook ruimte is voor baanloze activiteit en opleidingen. Sterker nog, om in de toekomst wegen naar eigen voorkeur te kunnen kiezen en talenten die men heeft tot volle ontwikkeling te brengen,  zal het vaak beter zijn om eerst het eigen kennisbereik te verbreden.  [Vanwege de effecten van de globalisering, met uitgeplaatste productielijnen en wisselend type werkgelegenheid zal de groep die een tijd zich moet richten op opleiding trouwens ook uit voormalig werkenden bestaan.  Het is daarom volkomen redelijk dat diegenen die profiteren van globalisering meebetalen aan de kosten van hen die tijdelijk buiten de boot vallen].

Persoonlijke groei.
Persoonlijke groei is niet hetzelfde als carrière  maken of een hoog inkomen weten te verwerven, al kan dit wel het gevolg zijn van de ontdekking van de eigen passies en toepassing van de eigen talenten.  De kern van persoonlijke groei bestaat uit het ontwikkelen van wat in de kiem al aanwezig is en volgens psychologen als Abraham Maslow en  Erich Fromm, voert tot een voldoening (‘Z-ervaringen volgens Maslow’) en geloof in zichzelf, die veel meer dan materiele beloningen, de brandstof vormt voor verdere inzet en ontwikkeling. Het voert tot wat Fromm aanduidde als ‘de zelfstandige mens’, die het ook zonder goedkeuring van andere mensen kan stellen.  Een type mens dat op een positieve manier individualistisch is,  namelijk als schepper, in plaats van een individu, die een voortdurende leegte in zichzelf moet vullen met consumeren en aanschaf van bezittingen. Een zelfstandig, uniek individu, die onafhankelijk van andere mensen zijn gang kan gaan, maar tegelijk geen moeite heeft met andere samen te werken en zich juist makkelijk sociaal in kan zetten, omdat hij niet steeds gericht is op het compenseren van de eigen tekort-beleving.

Met het uitgangspunt dat persoonlijke groei voor mensen belangrijker is dan een betaalde baan is natuurlijk niet gezegd dat economische zelfstandigheid onbelangrijk is.  Ook kun je vinden dat iedereen gewoon een bijdrage aan het BNP behoort te leveren. Maar als je -zoals past bij de linkse traditie- mensen echt vooruit wil helpen en ook mentaal op eigen benen wil laten staan, dan bewijs je de doelgroep geen dienst alleen te focussen op de betaalde baan, die mogelijk niet bevredigt, noch vooruitzicht biedt op toekomstig werk, waarbij mensen zich wel betrokken en voldaan kunnen voelen.

Aangeraden:
Voor de bevrijding van de arbeid, Ger Harmsen en Bob Reinalda,

Motivatie en persoonlijkheid, Abraham Maslow

De zelfstandige mens, Erich Fromm

en interessant in verband met fenomeen Verdonk:
De angst voor vrijheid, E. Fromm.

Home_080508