P-archief.Entree.
Perspectief
archief_frm.
P-archief.
entree.
wp0bf4379a.png

Uitslag enquête: 'Onderwijsvernieuwingen zijn verslechtering'

Leermethodes en bijhorende pro's en contra's passeren de revue, alsmede de uitslag van de enquête 'Vernieuwingen in het onderwijs'. Het oordeel dat de ruim 20.000 respondenten velden is alles behalve mild. De enquête is het resultaat van een samenwerkingsverband tussen dagblad Trouw en het EénVandaag Opiniepanel.

 

Maar liefst 80 procent van de leraren die meededen aan onze onderwijsenquête vindt dat de kwaliteit van het voortgezet onderwijs de afgelopen twintig jaar is afgenomen. Over het zogenaamde 'nieuwe leren' zijn ze weinig enthousiast en het vmbo mag afgeschaft worden. Dit zijn de opvallendste conclusies uit de enquête ' vernieuwingen in het onderwijs' onder de leden van het EénVandaag Opiniepanel. De enquête kwam tot stand in samenwerking met het dagblad Trouw.

 

Aan de enquête deden 21 000 panelleden mee, waarvan 900 leraren in het voortgezet onderwijs.

 

'Het nieuwe leren'

 

Leraren, leerlingen en ouders van leerlingen zijn kritisch over 'het nieuwe leren', onderwijs waarbij leraren minder voor de klas staan en leerlingen vaker zelfstandig hun informatie opzoeken.

 

Van alle ondervraagden denkt 73 procent dat de leerlingen meer leren van een leraar voor de klas dan als ze zelfstandig aan het werk gezet worden. Van de leraren is dit 69 procent, van de ouders zelfs 78 procent. Bij de leerlingen ligt het percentage lager: 59 procent denkt het meest op te steken van een leraar voor de klas tegen 36 procent van zelfstandig informatie opzoeken.

 

Wel vinden de deelnemers dat er in het onderwijs aandacht moet zijn voor het leren om zelfstandig informatie op te zoeken, maar dit mag niet ten koste gaan van het leren van de feiten: aan allebei moet evenveel aandacht besteed worden vindt 57 procent. Van de leraren is dat 66 procent.

 

Met de stelling dat leerlingen nu minder leren op de middelbare school dan twintig jaar geleden is 63 procent van alle deelnemers het eens, van de leraren is driekwart het eens.

 

Onderwijsvernieuwingen zijn verslechtering

 

De leraren zijn negatief over alle grote onderwijsvernieuwingen van de afgelopen twintig jaar. Van hen vindt 69 procent de invoering van 'het nieuwe leren' een verslechtering. Bijna tweederde is het eens met de stelling dat 'het nieuwe leren' vooral een bezuinigingsmaatregel is.

 

Ook zijn ze weinig enthousiast over de basisvorming, waarbij leerlingen van alle schooltypen dezelfde vijftien vakken volgen, en de invoering van de Tweede Fase voor vwo en havo. De basisvorming noemt 67 procent een verslechtering, 61 procent vindt de Tweede Fase geen vooruitgang.

 

Vmbo afschaffen, mavo en lts terug

 

Van de leraren vindt 71 procent de invoering van het vmbo een verslechtering, en 72 procent vindt dat het vmbo afgeschaft mag worden en de lts en de mavo weer ingevoerd.

 

Onderzoek naar onderwijsvernieuwing?

 

In de Tweede Kamer wordt momenteel gesproken over het houden van een onderzoek naar de onderwijs vernieuwingen van de afgelopen twintig jaar. We vroegen de panelleden wat zij hiervan vinden. De overgrote meerderheid van 83 procent is voor, van de leraren is 86 procent voorstander.

 

Deze enquête is gehouden is samenwerking met het dagblad Trouw.

Eenvandaag, zaterdag 10 maart.

Onderwijsperikelen.

Een rekenmachine om 15 van 100 af te trekken. Spookvakken, die niet gegeven worden, maar waar je wel een cijfer voor krijgt. Je kan er om laggen, pardon, lachen, ware het geen treurige indicaties van de kwaliteit van het onderwijs. Dat is in elk geval de opvatting van mensen , die meer verstand hebben van onderwijs dan ikzelf.  Wat kan blijken uit een onlangs gehouden onderzoek (zie hiernaast).  Het riep bij mij twee vragen op. Ten eerste  krijgen de vakmensen uit het veld met dit kabinet   (‘samen leven, samen werken’) een kans dat hun bezwaren vertaald worden in concrete maatregelen? Ten tweede, wat vind ik, zelf niet gehinderd door veel kennis op dit gebied, er zelf van?  

wp8edaf410.png

Marja van Bijsterveldt-Vliegenthart

Om te beginnen met de eerste vraag: als het alleen aan de nieuwe minister van onderwijs  zou liggen, dan zou het veld zeker op een respons mogen rekenen, waar ze wat mee kunnen. Ongetwijfeld deelt hij een aantal bezwaren en bovendien is zijn perspectief kwaliteit van onderwijs en kennisniveau’s, waaraan organisatie en instellingen ondergeschikt dienen te zijn. Maar zijn staatssecretaris van Bijsterveldt is een ander verhaal. Die staat als  CDA-politica ook voor het ontzien van  de instellingen voor bijzonder onderwijs. Een interview met haar versterkte mijn vermoeden, dat ze bereid is met iedereen te praten, maar dat de instellingen (de managers) moeten beslissen. Ze ging niet in op de vraag of de

wp1ed3e49d.png

Ronald Plasterk

kritiek op de kwaliteit van het onderwijs terecht was en bij de vraag of het VMBO weer opgesplitst moet worden in MAVO en LTS zei ze dat ze uit de signalen bleek dat het onderwijsveld grote wijzigingen moe is. Dat zal zeker zo zijn, maar de vraag is of dat opgaat voor veranderingen, die door het veld (werkvloer) zelf voorgesteld worden.  Hoe dan ook, het ziet er naar uit dat sessies van het veld met de staatssecretaris eerder een therapeutische strekking zullen hebben (zeg maar eens, wat je dwars zit), dan aanzet tot substantiële wijzigingen.

 

Dan wat ik er zelf, als betrokken leek, er van vind. Laat ik beginnen met onbescheiden mijzelf te citeren. ‘Voorstellen tot veranderingen zouden elementen moeten zijn binnen een bredere visie, die meer omvat dan dan de karige ambitie iedereen aan een arbeidsplaats te helpen.’

Zo schreef ik in 2004. (http://www.harrie-kampf.nl/columns/2004.html, klik op knop ‘VMBO).

 

Om kans te hebben op zelfs eenvoudig en routineus werk moet je opgeleid zijn en wil je meer, dan dien je ook meer te leren. Dus werk vinden vergt onderwijs, maar dat wil niet zeggen, dat de functie van onderwijs dus het klaarstomen voor de arbeidsmarkt is. Bezit van kennis dient ook de onafhankelijkheid en de vorming van eigen opinies (zodat je ook zonder Fortuyn of andere goeroe nog steeds  opinies kan hebben). Kennis en opinies, die ook of juist buiten de werksfeer toepassing kunnen krijgen. Last but not least: kennis heeft intrinsieke waarde, waarde in zichzelf. Mensen kijken met plezier naar Discovery Channel of National Geographic, ook al is er geen enkele relatie met baan of promotie.

 

De rijkdom, die kennis biedt zou je iedereen gunnen. Zelf heb ik sommige  studieboeken verslonden alsof het spannende romans waren. Maar ook ik ben in veel, maar niet in alles geïnteresseerd.  Mensen moeten ontdekken wat hen persoonlijk boeit en om dat te kunnen, moeten ze  eerst zich verdiepen in een  kennis-gebied. Dan kan het best zo zijn dat het aanvankelijk niet de inspanningen waard lijkt, terwijl je bij verder leren of als je wat ouder bent, daar opeens anders tegen aan gaat kijken. Daarom ben ik  blij dat ik vroeger ook dingen moest leren, die mij toen niet zo konden boeien.  Reden om voor een algemeen vormend en brede basis vorming te zijn, met een leraar voor de klas, die de kunst van het aansprekend uitleggen verstaat. En het nieuwe leren, het zelf achter kennis gaan, het zelf ontdekken? Dat is mooi, zodra je weet wat je boeiend vind, een honger naar kennis je tot onderzoek drijft. Maar waar dat (nog) niet aanwezig is, zou gewoon klassikaal geleerd moeten

Onderwijs-perikelen