P-archief.Entree.
Perspectief
archief_frm.
P-archief.
entree.
Eerlijk delen
Discussies verhitten de gemoederen binnen GroenLinks. Discussies over het manifest ‘Vrijheid eerlijk delen’, een  manifest van verontruste GroenLinkser over koers, cultuur en partij-organisatie, de evaluatie van verkiezingen en  vernieuwing van het beginselprogramma. Het werd hoog tijd. Kon ik vroeger nog vlot reageren als mij gevraagd werd waar mijn partij voor staat, nu denk wel eens dat ik dat zelf eigenlijk ook wil weten.  Debatten kunnen helderheid verschaffen wat meerderheid en minderheden voorstaan.  In dat licht een bijdrage mijnerzijds.

Eerlijk delen, daar ben ik voor. Maar dan niet alleen de vrijheid,  m.a.w. rechten en toegangsmogelijkheden tot de arbeidsmarkt. c.q. eerlijk delen . Tegen de achtergrond van een op gang komende discussie over vernieuwing van de beginselen kies ik niet voor vrijzinnig liberalisme, maar voor vrijzinnig en modern socialisme. Vrijzinnig in de zin dat het persoonlijk leven vrij moet zijn van staatsbemoeienis, tenzij misdaad of bescherming van zwakke partijen maatregelen van de overheid aantoonbaar noodzakelijk maken.  Modern in de zin dat idealen en streven binnen de werkelijkheid van vandaag moeten worden geplaatst. Socialistisch in de betekenis van een solidaire, dynamische  samenleving met kwaliteiten en condities, waardoor iedere inwoner, ieder op eigen manier, zich even zeer thuis kan voelen.

 Laat ik eerst stilstaan bij de twee grote historische fouten van de z.g. socialistische staten, zoals die onder meer in het voormalige Oostblok bestonden en nu nog elders hun bestaan hebben. De eerste fout is de gedachte dat een grote gemeenschap vanuit een centraal punt  effectief economisch beheerd en gecontroleerd kan worden.  
Maar zelfs een bedrijf van enige omvang werkt alleen goed als werknemers ook zelf nadenken en in het belang van het bedrijf instructies niet steeds naar de letter uitvoeren.  Een centralistische economie, dat is een opgelegde nationale stiptheidsactie. En dan krijg je vanzelf rijen voor de winkels en weinig goederen op de schappen.  Als blijkt dat eerlijk delen van bestaansmiddelen -en dat is een kernpunt van het socialisme- beter lukt met een vrije markt, dan kun je daar ook het beste voor kiezen.  Maar dan wel graag zonder het geloof in ‘de onzichtbare hand’ van Adam Smith, waarin de markt-liberalen in geloven. Niet alles werkt goed onder particulier initiatief. Sommige gebieden zijn meer gebaat met een publieke regie en invalshoek. De storingen bij het spoor en energiecentrales zijn daar indicaties van.  Maar laat je iets aan de particuliere markt, wees dan ook consequent. Nu hebben we dank zij subsidies melk-plassen en boter-bergen en een derde wereld die moeilijk producten op de Europese markt kwijt kan. En dat is niet solidair.

Wat was de tweede  grote fout?  De gedachte dat je een gedragshoudingen en ideologische visies van bovenaf kunt opleggen.  Rosa Luxemburg waarschuwde destijds
Lenin tevergeefs: zonder vrij debat  sterft het politieke en maatschappelijke af! En al deed iedereen in het oosten in naam mee, Luxemburg kreeg het gelijk aan haar zijde. Zoals de vergelijking tussen oost en west bewees: alleen in vrijheid gedijt de politieke beweging, alleen vanuit eigen gekozen
wegen ontwikkelen mensen houdingen en ideeën, waarmee zij zelf en de samenleving vooruitgang boeken.  Sociaal-democraten in het westen, eerder bezig met het verheffen van het werkende volk,  trokken echter de verkeerde conclusie uit het failliet van het Oostblok. Namelijk dat de samenleving niet maakbaar is. De juiste vaststelling  is echter dat de staat de samenleving niet kan maken, dat doet de samenleving -en de bewegingen daar binnen- zelf. De rol van de staat bestaat uit fixeren, bijsturen, het scheppen van goede condities. Maar met opleggen van gedragshoudingen van bovenaf worden op zijn best cosmetische effecten bereikt.  Jammer dat Bush dat inzicht niet had toen hij zich voornam om democratie in Irak te komen brengen.  

Vrijheid van ondernemen heeft welvaart gebracht, linkse en vooruitstrevende krachten hebben er in ons deel van de wereld voor gezorgd dat die gespreid werd, anders dan elders op de wereld, veel meer dan in de USA.
Maar, zoals we ons de laatste decennia realiseren, wel ten koste van milieu en natuur.  En ook op die gebieden
hebben we het ook over kwaliteiten en condities, waarin ieder zich thuis moet kunnen voelen. Dus een gezonde omgeving, de mogelijkheid om van flora en fauna te (blijven) genieten, het beschikbaar blijven van hulpbronnen en het bestrijden van het gevaar dat ligt in een uit evenwicht gebrachte natuur.  Maatschappelijke bewegingen, publieke sector en de overheid zullen daarbij moeten samenwerken om dit te bereiken. Voor een liberale invalshoek -het z.g. spel van de vrije krachten-  is daarbij geen plaats. Zoals ook Mark Rutte demonstreerde door zijn voorstel  ‘het milieu te helpen’ met bredere wegen.  Er moeten ook niet zo liberale vragen  gesteld kunnen worden. Moet de welvaart wel zo blijven stijgen? Moeten wij mensen niet qua ruimte- en bronnen gebruik niet wat inschikken? Kan het krijgen van nageslacht wel een vrije kwestie blijven?

Stellen we dit soort vragen, dan is er een andere die in het verlengde daarvan ligt: wordt het niet tijd dat de aandacht verschuift van het kwantitatieve ‘steeds maar méér’, naar behoud en versterking van de kwaliteit?  Ik kan mij wat dat betreft goed vinden in deze woorden van George Steiner (uit NRC, 15 april):

“Geld verdienen en ons leven overspoelen met steeds onbenulliger zaken, is een volstrekt vulgaire, tot oppervlakkigheid leidende hartstocht”. Steiner suggereerde de ontketening van  een contrarevolutionaire revolutie met een plaats voor “de realisering van wijsheid, het verwerven van belangeloze kennis, het scheppen van schoonheid” en voor “idealen op het gebied van vrije tijd, privacy, voor anarchistisch individualisme, voor idealen die in het uitbundig consumentisme en de uniformiteit van de Amerikaanse en Aziatisch_Amerikaanse voorbeelden vrijwel verstikt zijn geraakt
Steiner schetst daarmee de voorkeur voor een levenshouding die ik zelf eerder ‘symbiotisch’ genoemd heb, d.w.z. niet bezig zijn met ‘waar je beter van wordt’, maar het intrinsieke waardevolle, waardoor je bestaan -los van het inkomen- rijker van wordt.  Een bestaan als anarchistisch individualist, met andere woorden, althans met mijn woorden, als een echte individualist, met unieke kenmerken en gericht  op persoonlijk passies in plaats van de deelname aan de race naar roem, betere posities en steeds hoger inkomen.  Een individualist die ook niet noodzakelijk tegenover solidariteit en bijdragen aan maatschappelijke  bewegingen staat, c.q.  alleen betrokken wil zijn bij wat het eigen belang dient.  En een individualist die zich ook gesteund weet door een samenleving die aan kwaliteit voorrang en aan dit type mensen ruimte geeft.  

Maar niet iedereen hoeft kwaliteit te vinden door zich als eigenzinnige individualist met een specifieke gericht veld van belangstelling, te ontwikkelen.  Velen onder ons zijn volmaakt tevreden met een vaste baan en een ontspannen privé-leven, zonder zich tot een originele persoonlijkheid te ontplooien.   Kwaliteit kan ook beleefd worden in het behoud wat men heeft, in een niet zo avontuurlijke, conventionele  levensstijl.  Ook voor die beleving moet ruimte zijn en de levensstijl moet niet van bovenaf, vanuit een politieke of religieuze overtuiging, worden voorgeschreven of opgelegd: zie kanttekeningen bij Rosa Luxemburg.  Dus als jonge vrouwen (of mannen) thuis willen blijven tot de jongste kinderen wat groter zijn, dan moet dat kunnen. Als mensen niets mooiers vinden dan hun hele leven voor dezelfde baas werken, dan moet dat kunnen. En wie dagelijks van baan wil wisselen, het lijkt mij niet wijs, maar ik heb er geen bezwaar tegen.  In mijn ideale  solidaire, dynamische  samenleving met kwaliteiten en condities, waardoor iedere inwoner, ieder op eigen manier, zich even zeer thuis kan voelen, zou voor elke smaak ruimte moeten zijn en zouden bedrijven zich eerder daaraan aanpassen, dan het omgekeerde.  Kijk, dat is pas vrijheid en eerlijk delen van mogelijkheden.
 
Waarmee wellicht duidelijk is geworden waaraan ik denk als ik het heb over vrijzinnig socialisme. Maar dat kan natuurlijk niet het hele verhaal zijn. Want stel dat dit nagestreefd wordt, hoe verhoudt zich dit dan tot de relatie met de Europese Unie en de globalisering van onze economie? Het lijkt mij tijd voor nieuwe eigenzinnigheid, maar anderzijds hoeft een op kwaliteit gerichte samenleving natuurlijk ook niet tot Nederland beperkt te blijven. En wat de globalisering betreft: een open economie is prima, zolang het de mensen (en natuur & milieu) dient. Zo niet dan mogen er wat mij betreft ook grenzen aan gesteld worden. Al neemt de economische groei daardoor wat af.   
George Steiner,
Literatuur-wetenschapper, cultuurfilosoof, criticus, schrijver
Rosa Luxemburg

Eerlijk delen.
Rhome160407