P-archief.Entree.
Perspectief
archief_frm.
P-archief.
entree.
Home-pagina 1-weblog
3 mei:  Offensief tegen geldwolven.
Rhome030507
Een citaat over de bouw van Halle-Neustadt (vertaald uit het Duits)van een gelijknamige brochure: “Wij allen, doe ons deze grote opgave gesteld hebben, zijn ons onze verantwoordelijkheid bewust. De bouw van de Chemiearbeidersstad is een uitdrukking van de politiek van het Centraal Comité van de Socialistische Eenheidspartij Duitsland onder leiding van haar eerste secretaris, onze kameraad Walter Ulbricht. Op de dag van de fundering voor de eerste bouw-strook verzekeren wij het Centraal Comité en kameraad Walter Ulbricht, dat wij met deze stad een overtuigend bewijs zullen gaan geven, wat de scheppingskracht van ons volk dank zij de  wijze leiding door de partij van de arbeidersklasse volbrengen kan”.  De lezer zal het begrijpen: citaat en brochure stammen uit de vervlogen tijden van de DDR, ooit door mij aangeschaft tijdens een bezoek decennia  terug (zie pagina Rapport in deze site).  Uit het citaat wordt direct duidelijk waarom het nooit wat geworden is met de DDR. Alle eer voor prestaties gaat vooral na de eerste secretaris
van de SED, vervolgens nog wat naar het Centraal Comité, dan nog wat naar partij en volk, maar niets naar diegenen die concreet de handen uit de mouwen hebben gestoken.  Dat de echte werkers het dan wel geloven is geen wonder en  dat kon ik zelf ook ervaren tijdens een bezoek aan een cafetaria: een chagrijnige serveerster met een houding
van: ‘je mag blij zijn dat ik ga bedienen, maar eigenlijk heb ik er geen zin in’.   Maar dat ‘politieke economie’, c.q. plan-economie, niet goed werkt ligt natuurlijk niet alleen aan een cultuur van hiërarchie en opgelegde leiders-verering.  In een beetje ontwikkelde samenleving kent zelfs  de economie van een dorp te veel variabelen om te kunnen overzien, te voorspellen en  in een planning mee te nemen.  Geen wonder dat het in het westen, met lichte bijsturing van een verder vrijgelaten economisch proces  en (mede dank zij sociale bewegingen en linkse krachten) ook met spreiding van de welvaart en sociale vangnetten, het een stuk beter ging voor het werkende volk, dan in het oosten.

Het westers model kreeg de naam ‘sociale markt-economie’; zoals gezegd met bijsturing, onder meer in loon- en prijsniveau’s,  opvang voor zieken en werklozen en een publieke sector, die diensten en producten  leverde, die de vrije markt niet, onvoldoende in omvang of kwaliteit of slechts tegen een te hoge prijs zou kunnen leveren.  

In de laatste decennia is daar echter de klad ingekomen.  Er is een trend om meer dan voorheen de particuliere markt vrij zijn gang te laten gaan, voormalige staatsbedrijven worden verzelfstandigt of geprivatiseerd. In theorie zou dat goed zijn omdat middels concurrentie de prijzen omlaag en de geboden kwaliteit en dienstverlening omhoog zouden gaan. Maar de vraag is of dat zo werkt en de zorg over te ver gaande liberalisering  en te afstandelijke overheid komt nu niet alleen meer van traditioneel links, maar verrassend ook van werkgeverszijde. Zo las ik in een teletext bericht van 30 april: 30 April 2007
VNO-NCW: aandeelhouders te machtig
De macht van aandeelhouders dreigt te groot te worden. Dat zegt de voorzitter van de werkgeversclub VNO-NCW, Wientjes, in een interview met NRC Handelsblad.
Hij wil de positie van aandeelhouders heroverwegen en keert zich tegen het opbreken van ABN Amro. Dat dat wellicht gebeurt, noemt hij zorgelijk. Volgens Wientjes kan beleggersmacht doorslaan.
Hij vindt dat er gekeken moet worden of Nederland niet te liberaal is geworden. Hij ziet een taak voor het kabinet, dat hij gebrek aan visie verwijt op de rol van Nederland in de nieuwe economische werkelijkheid van weggevallen grenzen, financiële speculanten en hedgefondsen.

In dezelfde NRC, maar dan van zaterdag 29 april (‘Opinie & Debat),  staat de voormalig voorzitter van de VNO, nu SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan, tegenover Frans de Graaf, medewerker van de Telderstichting.  Terwijl de Graaf pleit voor verder gaan met privatisering, blijkt Rinnooy Kan voorstander te zijn van een overheid die de markt ordent. Zo stelt hij o.m. dat zonder overheidsinterventies in de markt de consumptie van de z.g. ‘merits-goods’ ongewenst  laag zou worden. [Merits-goods zijn goederen/diensten die -bijvoorbeeld door gebrek aan informatie- te weinig prioriteit bij de burger als consument zouden krijgen, maar maatschappelijk van groot gewicht zijn, voorbeeld: onderwijs]. Over de Graaf: “Als ik daaruit moet afleiden, dat deze excuses voor overheidsbemoeienis door hem
a priori worden verworpen, dan bepleit hij een revolutionair andere  inrichting van Nederland, dan thans gerealiseerd is. Klassieke ingrediënten van onze verzorgingsstaat, zoals sociale zekerheid, door de overheid gefinancierd onderwijs en door de overheid gesubsidieerd openbaar vervoer, ontlenen immers hun rechtvaardiging aan dit soort redeneringen.
En inderdaad de Graaf  bepleit de afschaffing van de gereguleerde marktwerking bij de verzelfstandigde NS”.   

Om bij dat laatste aan te sluiten: wat zou er gebeuren als de NS volledig als particulier bedrijf zou kunnen gaan werken?
Rinnooy Kan
Vermoedelijk zouden er (meer) onrendabele verbindingen worden afgestoten en gaan de tarieven omhoog. Goedkope daluren, kortingen voor ouderen, ik zie het verdwijnen. Want als een particulier bedrijf hoeft de NS zich niet te bekommeren om publieke prioriteiten, zoals verplaatsbaarheid voor iedereen en verschuiving van autogebruik naar openbaar vervoer en fiets. Niet zo veel mogelijk klanten, maar de meest profijtelijke samenstelling van de klantengroep, komt voorop te staan. De NS zou zich dit om twee redenen makkelijk kunnen permitteren: 1. een grote groep mensen is aangewezen op de trein en 2. Die mensen  kunnen niet naar een concurrent gaan. In een specifiek gebied rijdt er maar één spoorweg-maatschappij over de rails.  Twee redenen, die voor veel andere producten en diensten (mobieltjes) niet opgaan en verklaren waarom daar wel een gunstige kwaliteit-prijs verhouding in een vrijgelaten  markt kunnen bestaan.

Her zou mij niets verbazen als de Graaf genoemde consequenties van volledige vrijheid van de NS ook ziet, maar die niet als nadelen beschouwt.  Bij sommige liberalen staat vrijheid van consumptie boven ontzien van het milieu en staat  verder het idee van vrijheid vooral in het teken van de competitie. Wie kans ziet anderen voorbij te streven en voorop te lopen, verdient in dat zicht ook de bijhorende revenuen, zoals over-de-top inkomens, maar ook luxe-toegang tot voorzieningen als onderwijs, gezondheidszorg en openbaar vervoer.  Binnen de logica van het competitie-denken is het terecht dat een stratenmaker, die tegen zijn pensioen door zijn werk fysiek versleten is, een mager pensioen krijgt en een manager die zijn bedrijf nabij de ondergang heeft gevoerd, met een gouden handdruk mag vertrekken. Of dat mensen met aandelen de vruchten kunnen plukken van de arbeid van andere mensen en die andere mensen vervolgens op straat kunnen laten zetten, omdat het lucratief blijkt een bedrijf te splitsen of met een ander bedrijf te doen fuseren.  Dat laatste is wat wij helaas op het moment kunnen waarnemen: een verwilderend kapitalisme, een afbraak van de sociale markt-economie en voorheen relatief goede publieke voorzieningen En indien zelfs in werkgevers-kringen daarbij waarschuwingslampjes gaan branden, dan wordt echt het tijd voor een links tegen-offensief.

Enkele denkbare actie-richtingen:
1. Wat qua omvang en functie een publiek karakter heeft dient dit te behouden of terug te krijgen, zowel organisatorisch als inhoudelijk: primair algemene en goede dienstverlening, secundair rendement.
2.Publieke sectoren naast nationaal niveau ook (meer) vorm geven op sub-nationaal (inbreng gemeenten en regio’s) en boven-nationaal niveau: alternatieven voor de internationale markt.  
3. Nu zoveel bedrijven internationaal  werken, moet daar als tegenwicht ook meer internationale -om te beginnen Europese- overheidsinterventie in de marktbeweging tegenover komen te staan.
4.Zeggenschap over strategische besluiten moeten uit de handen van aandeelhouders en in de handen van werknemer-vertegenwoordigers komen te liggen. [De vraag is of aandeelhouders überhaupt nog nodig zijn voor het floreren van een bedrijf. Zie kader onder aan]
5. Invoeren van sociale concurrentie. A) in de zin dat gemeentelijke, provinciale, gemeentelijke en Europese overheden bij aanbestedingen naast prijs en kwaliteit ook het sociale karakter van het bedrijven mogen gaan meewegen.  Dus: wat wordt (niet) gedaan als het gaat om milieu, werkgelegenheid, plaatsing van minderheden, relaties met andere bedrijven, die zich schuldig maken aan kinderarbeid of milieu-aantasting?
B) in de zin van het gaan werken met en toekennen van sociale keurmerken, die ook inzicht bieden voor de consumenten in het sociale karakter van bedrijven. Met andere woorden een soort  algemene uitwerking van het Max Havelaar-concept.

Zo maar wat suggesties. Wie er op wil reageren, dan wel zelf suggesties heeft: schroom niet de brievenbus in de linker-marge van deze pagina aan te klikken.
We hebben met elkaar een onbeschaafd, want op egoïsme gebaseerd, ‘overkapitalistisch’ systeem gebouwd waarin de acceptatie van exhibitionistische geldwolverij tot ongekende hoogte is gestegen en het maximum is nog niet bereikt. Overal in onze Global Casino zijn winstgevende spelletjes aan de gang. Voor de moderne aandeelhouder is het de kunst om zich op het juiste moment vast te bijten in die money making machine waar hij het meeste geld uit kan zuigen. Waar het op de vloer over gaat, doet er niet toe. De liefde voor het product of voor het vak is volkomen irrelevant.

De hoognodige therapeutische behandeling van onze collectieve gekte, begint met het stellen van de vraag: hebben we eigenlijk nog wel aandeelhouders nodig? Mijn antwoord is: nee. We kunnen tegenwoordig makkelijk zonder die luie profiteurs die vooral goed zijn in het pronken met andermans veren. Kijk maar naar C & A, Friesland Coberco, KPMG, Nuon, Schiphol, SHV, VDL en vele andere succesvolle ondernemingen zonder beursnotering. Bovendien krijgen we in Nederland steeds meer dienstverlenende organisaties die materieel niet veel meer nodig hebben dan een kantoor en een paar computers. Gebouwen kun je huren en ICT kun je leasen. Heb je toch dure kapitaalgoederen nodig, dan ga je naar de bank. Naar de Rabo bijvoorbeeld, een coöperatieve vereniging, onneembaar voor welke roedel geldwolven dan ook.
Uit: Niet de werkers maar de geldwolven zijn de baas, artikel van: Prof. dr. ir. Mathieu Weggeman, verbonden aan de Technische Universiteit Eindhoven.